
Geschiedenis van het Kodokan Goshin-Jitsu-Kata.
Het Kodokan Goshin-Jitsu-Kata (vormen van zelfverdedigingskunst) is
door de Kodokan in 1956 uitgebracht. De Kodokan heeft het Goshin-Jitsu
ontwikkeld als een zelfverdedigingsmethode, doch als Kata wordt het niet
aangeduid. Het Goshin-Jitsu is veel minder formeel als bijvoorbeeld het
Kime-No-Kata, daar zijn de technieken veel meer uitgekristalliseerd.
Doordat het Goshin-Jitsu-Kata niet officieel als Kata door de Kodokan
erkend is, heeft dit kennelijk aanleiding gegeven tot veel eigen
interpretaties van de technieken en de wisselposities van Tori en Uke.
Na bestudering van het Goshin-Jitsu in de "Illustrated Kodokan" en de
verschillende variaties hierop, is een eensluidende uitvoeringsvorm
vastgesteld.
Voor een versie waarin zowel de tekst als de
technieken visueel staan uitgebeeld selecteert U
.
Verantwoording
Teneinde een zo breed mogelijk draagvlak te creëren en gebruik te kunnen
maken van een brede kennis en ervaring zijn de beschrijvingen tot stand
gekomen in samenwerking tussen de hogere dangraadhouders Jiu-Jitsu in
Nederland.
Toelichting op de aanvalshandelingen.
Het dynamisch karakter van het Kata wordt bepaald doordat Uke en Tori
grotendeels in beweging zijn. Belangrijk is de goede afstand, timing en de
positie wisseling van Uke en Tori. Van Uke wordt verwacht dat de
aanvalshandelingen op een krachtige en realistische wijze worden uitgevoerd.
Toelichting op de technieken en de uitvoering van de
verdedigingstechnieken.
Het grondprincipe van het Goshin-Jitsu is de tegenstander d.m.v. atemi's,
wurgingen, klemmen en worpen uit te schakelen. Bij de beoefening van het
Goshin-Jitsu in "Do" vorm, wordt de tegenstander echter tot opgave
gedwongen. De gecombineerde pols en armklemmen bereiken hun doel voordat de
eindcontrole is bereikt. Handelingen op een nonchalante manier uitgevoerd,
hebben een destructieve werking. Een aantal gecombineerde pols- en
armklemmen vertonen veel gelijkenissen. Na alle eindhandelingen neemt Tori
een alerte houding aan tot Uke weer staat.
De openingsceremonie:
Uke draagt de stok (Hanbo) van ± 90 cm en de dolk (Tanto) in zijn1
rechterhand met het uiteinde naar voren gericht. De dolk wordt aan de
binnenzijde van de stok meegedragen met de scherpe zijde naar beneden
gericht. Het (houten) pistool/revolver is verborgen in de
linkerbinnenzijde van de kimono (Gi) tussen de band (Obi).
1. Tori en Uke staan tegenover de Joseki aan de rand van de mat. Beiden
lopen in (Ayumi-Ashi) naar het centrum van de mat en groeten de Joseki. De
afstand bedraagt 6 meter.

2: Na het groeten van de Joseki, draaien Tori en Uke naar elkaar toe en
maken een staande groet. Vervolgens draait Uke een halve slag en loopt
(afhankelijk van de ruimte) een aantal passen diagonaal naar de hoek van de
mat. Uke knielt in Seiza, eerst links dan rechts en legt de wapens diagonaal
in volgorde van pakken voor zich neer.
- Eerst de dolk met het scherp naar zich toe en de punt van de dolk
van Joseki af.
- Ten tweede de stok.
- Als laatste het handwapen. Deze wordt neergelegd met de kolf naar
zich toe en de loop van Joseki af.

3: Uke komt vanuit Seiza tot stand (eerst rechts en dan links) en loopt
vervolgens in Ayumi-Ashi terug naar zijn plaats tegenover Tori. De afstand
bedraagt 6 meter. Beiden maken een ruime openingspas, eerst links en dan
rechts. De werkafstand bedraagt ± 4 meter. Tori en Uke zijn nu gereed om met
de verdedigingen te beginnen.
De Afsluitingsceremonie:
Uke draait een halve slag naar links en loopt naar de plaats waar de wapens
liggen. Uke knielt links dan rechts in Seiza en legt het pistool met de loop
van de Joseki af terug op zijn plaats. Beiden brengen hun kleding in orde.
Vervolgens neemt Uke de wapens op, te beginnen met het pistool, welke hij in
de linkerzijde van zijn band (Obi) onder zijn kimono (Gi) stopt. Daarna pakt
hij de stok en de dolk in zijn rechterhand. De dolk wordt aan de binnenzijde
van de stok gedragen. Uke komt in stand eerst rechts dan links en loopt naar
zijn oorspronkelijke positie tegenover Tori. De afstand bedraagt 4 meter.
Beiden maken een sluitingspas rechts links naar achteren. De afstand
bedraagt weer 6 meter. Beide groeten elkaar staande en draaien vervolgens in
de richting van de Joseki en maken eveneens een staande groet (Ritsu-Rei).
Tori en Uke lopen terug naar de rand van de mat, draaien zich om en maken
een eindgroet.
Video's:
|